De familie Ophorst.

Binnen de genealogie van de familie Callenbach neemt de naam Ophorst een belangrijke plaats in: twee zonen van ds. Callenbach zijn getrouwd met een meisje Ophorst. De oudste zoon, Cornelis Carel (Corneel) (1) is getrouwd met Johanna (Antje) Ophorst, zijn broer George Frans (5) is getrouwd met een zusje van Antje, Dina Roelanda Constantia (Dina) Ophorst.  Het is daarom interessant om wat meer te weten over deze familie. De afstamming van de familie Ophorst gaat zeven generaties terug tot Jan Ophorst , afkomstig uit Kleef. Jan vestigt zich in Nijmegen en wordt op 14 nov. 1621 burger van deze stad. Een jaar later huwt hij Lamerken Joosten. Van beroep was hij leidekker. Mogelijk was er sprake van een ongeluk want hij is jong gestorven. Dat weten we omdat zijn vrouw al op 2 november 1625 hertrouwt. Jan en Lamerken zijn de vermoedelijke ouders van Johannes Willem (Jan) Ophorst, maar geheel zeker is het niet. Pas gerekend vanaf Johannes Willem is de afstamming van de familie Ophorst met vrij grote zekerheid bekend.

Het was een geslacht van schoolmeesters. De 2e, 3e en 4e generatie Ophorst, resp. Johannes Willem (Jan), Johannes Jan en Govert  waren schoolmeester, evenals verschillende  neven. Het onderwijs stond destijds onder toezicht van de staatskerk, de Nederduits Gereformeerde Kerk zoals de kerk heette ten tijde van de Republiek. Hoewel in het toenmalige Staats-Brabant de meerderheid van de bevolking katholiek was, waren de schoolmeesters gereformeerd. Schoolmeesters vormden zo een heel aparte klasse. Het zal niet royaal betaald zijn geweest  want schoolmeesters hadden vaak neveninkomsten als koster en soms ook als doodgraver.

Johannes Jan Ophorst (1654 – 1729) was behalve schoolmeester ook actief als belastingpachter. In de tijd van de Republiek was het nog gebruikelijk dat de belastingen verpacht werden. In het algemeen werd de  belastingheffing verpacht voor een periode van zes maanden aan de hoogst biedende. Het ging meestal om onroerend goed belasting. Het gebruik om het innen van de  belastingen te verpachten is pas in 1748 afgeschaft  na het belastingoproer in Amsterdam. Belastinginners waren vanzelfsprekend weinig populair, nog los van het feit dat het in dit geval protestanten waren temidden van een katholieke gemeenschap. De pachters waren regelmatig het doelwit van onlusten. Voor Jan Ophorst loopt het in 1688 volledig uit de hand. Een dronken groep kerels beschieten ’s nachts het huis van Jan en zijn vrouw Marike. Het was maar een eenvoudig huisje van balken, stro en leem, en het bood de bewoners in dit geval dus nauwelijks bescherming. Marike was op dat moment ruim zeven maanden zwanger van haar vierde kind. Zij werd die nacht liggend in de bedstee dodelijk geraakt door een van de kogels.
Na de dood van Marike hertrouwt Jan  in 1692 met een katholieke vrouw, Geertruy Groenendael. Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

Jan Ophorst en Marike Vogelsang hadden een tweeling, twee jongens, Govert en Wouter. Beiden hebben de kinderjaren overleeft, voor een tweeling in die tijd bijzonder te noemen, temeer waar hun moeder overleed toen ze nog geen 14 maanden oud waren. Van Wouter is verder niets bekend. De afstamming loopt verder via Govert. Govert wordt schoolmeester en koster te Nieuwkuijk. Hij trouwt met Maria de Greeff, en zij krijgen 9 kinderen.

De op een na jongste zoon van Govert en Maria, Jacobus, verlaat het katholieke Brabant en gaat wonen in de vestingstad Heusden. In de tijd van de Republiek behoort Heusden nog bij het gewest Holland, Heusden is dan ook vanouds protestant.  Na drie generaties van schoolmeesters volgen nu drie generaties van wat we nu zouden noemen banketbakkers. Jacobus Ophorst wordt genoemd als peperkoekenbakker, zijn kleinzoon Jacobus Richard Ophorst wordt genoemd als koekbakker. Grootvader Jacobus (vijfde generatie), zoon Govert (zesde generatie) en kleinzoon Jacobus Richard (zevende generatie) woonden alle drie in Heusden. Het lijkt waarschijnlijk dat de bakkerij begonnen door grootvader Jacobus werd voortgezet door zijn zoon Govert en zijn kleinzoon Jacobus Richard. Jacobus Richard was overigens nauwelijks zestien jaar oud toen zijn vader overleed.

Bij de bruiloft van Jacobus Richard met Anna Cornelia Jacoba Boll waren de wederzijdse ouders niet aanwezig . De ouders van de bruidegom waren toen reeds overleden. De vader van de bruid , Adriaan Boll, was vermoedelijk ernstig ziek op het moment van de bruiloft, hij overleed twee maanden later. De ouders van de bruid gaven hun toestemming voor het huwelijk bij notariële acte.

Jacobus Richard en Anna Jacoba Cornelia hebben acht kinderen gekregen. J
acobus Richard is vrij jong gestorven. Zijn oudste zoon, Johannes Adriaan, was pas zestien jaar bij zijn overlijden. Geen van de kinderen van Jacobus Richard heeft de bakkerij voortgezet.
Anna Cornelia Jacoba Boll, de weduwe van Jacobus Richard Ophorst, verhuist een aantal jaren na het overlijden van haar man, na 1852,  samen met haar gezin naar Nijkerk. Ze wordt genoemd als rentenierster. Als telg van een gegoede familie was ze financieel onafhankelijk. Haar vader, Adriaan Boll was notaris, haar grootvader van vaderszijde was burgemeester, haar grootvader van moederszijde was opper-koopman  voor de VOC en resident van Padang, Sumatra.

Anna Cornelia Jacoba Boll, pastelportret,
in bezit van Jan de Vries (1.1.3.5/1.3.1.5)

De oudste dochter, Constantia Maria (Stans) was vennoot in de kolenhandel C.C. Callenbach en Compagnie, waarvan Cornelis Carel (Corneel) (1) de leiding had. Zij woonde in Nijkerk in de Veenestraat tegenover de drukkerij, naast de melkboer Weiland. Op latere leeftijd woonde ze samen met de ongetrouwde dochter van haar zuster Antje: Anna Cornelia Jacoba (Keetje) Callenbach (1.2).
Johanna (Antje) trouwt in 1857 met de oudste zoon van de profeet, Cornelis Carel (Corneel) (1).
Dina Roelanda Constantia  trouwt in 1860 met George Frans (5).
Adriaan was boekhandelaar, uitgever en boekbinder in Wageningen., hij had daarmee dus hetzelfde beroep als zijn zwager George Frans Callenbach.

Het geslacht Ophorst (gedeeltelijk)

I. Jan Ophorst, geb. te Kleve [Duitsland], Leidekker, ovl. voor nov 1625, burger van Nijmegen 14 nov. 1621, tr. te Nijmegen in apr 1622 met Lamerken Joosten

Uit dit huwelijk:

1. Johannes Willem (Jan), geb. te Nijmegen tussen 1622 en 1625, volgt II.

II. Johannes Willem (Jan) Ophorst, (zn. van I), geb. te Nijmegen tussen 1622 en 1625, vanaf 1669 tot aan zijn overlijden schoolmeester te Udenhout, ovl. voor 11 jun 1676, tr. te Nijmegen op 16 apr 1650 met Gertrudis Boeckens ged. te Nijmegen op 4 mrt 1628.

Uit dit huwelijk tenminste 3 kinderen, onder wie:

1. Johannes Jan, ged. te Nijmegen op 10 okt 1654, volgt III

III. Johannes Jan Ophorst, (zn. van II), ged. te Nijmegen op 10 okt 1654, begr. te Udenhout op 22 jun 1729, schoolmeester en koster van Udenhout

. tr. te Son met Marike Vogelsang geb. te Son circa 1659, ovl. te Udenhout op 6 apr 1688

Uit dit huwelijk 3 kinderen,onder wie

2. Govert, geb. te Udenhout, volgt IV.

IV. Govert Ophorst, (zn. van III), geb. te Udenhout, ged. te Loon op Zand op 12 feb 1687, schoolmeester en koster te Nieuwkuijk, tr. te Besoijen op 2 aug 1716 met Maria de Greeff, geb. te Besoijen op 9 okt 1695.

Uit dit huwelijk 9 kinderen, onder wie:

8. Jacobus, geb. te Nieuwkuijk in sep 1735, volgt V.

Jacobus Ophorst, (zn. van IV), geb. te Nieuwkuijk in sep 1735, ged. te Drunen op 11 sep 1735, Peperkoekenbakker, diaken, ovl. op 11 dec 1804 te Heusden, begr. te Heusden op 13 dec 1804

tr. met Richarda de Blij, geb. te Gorinchem circa 1741, ovl. te Heusden op 1 feb 1806,

                            Uit dit huwelijk 3 kinderen,onder wie:

1. Govert Jacobuszoon, ged. te Heusden op 7 jun 1769, volgt VI.

VI. Govert Jacobuszoon Ophorst, (zn. van V), ged. te Heusden op 7 jun 1769, ovl. op 5 aug 1817 te Heusden, otr. te Heusden op 11 aug 1797, tr. te Heusden op 29 aug 1797 met Johanna Roomer, geb. te Heusden op 19 mrt 1769.

Uit dit huwelijk:

1. Jacobus Richard, geb. te Heusden op 8 jun 1801, volgt VII.

VII. Jacobus Richard Ophorst, (zn. van VI), geb. te Heusden op 8 jun 1801, ged. te Heusden op 10 jun 1801, koekbakker, ovl. te Heusden op 18 jan 1843, tr. te Eethen op 24 mrt 1825 met Anna Cornelia Jacoba Boll, geb. te Dinther op 26 mrt 1797, ged. te Dinther op 9 apr 1797, ovl. te Nijkerk op 14 jul 1874.

Uit dit huwelijk

1. Johannes Adriaan, geb. te Heusden op 10 jul 1826

2. Govert, geb. te Heusden op 11 aug 1827, ovl. te Nijkerk op 12 aug 1866, winkelbediede.

3. Constantina Maria (Stans), geb. te Heusden op 30 aug 1828, ovl. te Nijkerk op 12 aug .

4. Johanna (Antje), geb. te Heusden op 28 jul 1830, ovl. te Nijkerk op 3 mei 1891, tr. te Nijkerk op 15 jul 1857 met Cornelis Carel Callenbach (Corneel), zn. van Cornelis Carel Callenbach (predikant) en Catharina Hendrika Meerburg,

5. Dina Roelanda Constantia, geb. te Heusden op 13 jan 1832, ovl. te Nijkerk op 25 feb 1901, tr. op 23 mei 1860 met George Frans Callenbach, zn. van Cornelis Carel Callenbach (predikant) en Catharina Hendrika Meerburg,

6. Adriaan, geb. te Heusden op 13 aug 1833, boekhandelaar te Wageningen, ovl. te Wageningen op 13 feb 1901

7 en 8 Jacobus Richardus en Cornelis Jacobus, tweeling, geb. te Heusden op 9 jul 1836, ovl. te Heusden op 27 jul 1836