Oud Nijkerk 2011-4

Callenbach. Wat een boeken!  6 Illustratoren

door: Foppe Witzel

In het huidige televisietijdperk zijn wij van lezers kijkers geworden.
Elk kinderboek is tegenwoordig rijk geïllustreerd: veel plaatjes en veel kleur.
In de begintijd van uitgeverij Callenbach waren er nog geen illustraties bij de boeken die werden uitgegeven. Het begon bij de zondagsschoolboekjes met één plaatje op de omslag en één bij het verhaal zelf. Men wilde het boekje op deze manier toch aantrekkelijk maken.
Bijna driehonderd verschillende namen komen we tegen in onze Callenbach-lijst. Van de meeste illustratoren is niet meer bekend dan hun naam. De meest voorkomende illustratoren in de Callenbach-collectie zijn: Tjeerd Bottema, W.G. van de Hulst jr., J.H. Isings, Rie Reinderhoff, Jan Lutz, Corrie van der Baan en A. Rünckel

W.G. van de Hulst vond de illustraties heel belangrijk. De prent moet mee-vertellen, zei hij.
De kinderschrijver was erg gecharmeerd van het tekenwerk van Tjeerd Bottema. Het werk van Tjeerd  is vooral zo goed door zijn aandacht voor het detail. Tal van schoolboekjes, de serie Voor onze kleinen en ander werk van Van de Hulst werd door hem geïllustreerd. Ook Reis door de nacht en Jaap en Gerdientje van Anne de Vries bevatten tekeningen van deze kunstenaar.
Tjeerd Bottema werd in 1884 als zoon van een veehouder in Friesland geboren.In 1904 behaalde hij aan de Rijksacademie te Amsterdam de acte M.O. tekenen en verkreeg in 1907 de Prix de Rome. Zijn grote naamsbekendheid kreeg hij door zijn illustratiewerk. Ook zijn beide dochters (Hill en Johanna) waren kunstzinnig. Zij tekenden en schilderden. Bottema stierf in 1978 te Katwijk, waar hij vanaf 1919 woonde. In het Katwijks Museum is een speciale Bottemazaal ingericht met werken van de Bottema’s.

 

Willem G. van de Hulst jr. werd na Tjeerd Bottema de vaste illustrator van zijn vader. Bottema vond dit na zo’n vijftig jaar met W.G. sr. te hebben samengewerkt wel jammer, maar hij is niet rancuneus. De boekjes veranderen door de inbreng van de nieuwe tekenaar sterk. Ook omdat tegelijkertijd een compleet nieuwe lay-out gemaakt wordt. De zwart-witte tekeningen van Willem G. jr. (geboren in 1917 te Utrecht) vertonen een zekere stereotypie in de personen, maar zij passen uitstekend bij de teksten van zijn vader. Het stripverhaal uit de 
Standaard: In de Soete Suikerbol  werd ook door hem geïllustreerd. Na de oorlog nam Trouw de strip over Het zijn de avonturen van een dikke suikerbollenbakker en zijn magere, overdreven nette vrouw. In 1973 is de strip bewerkt als televisiestrip. De zeven delen verschenen als omnibus.
Willem G. jr. maakte in de loop der jaren zo’n 20.000 illustraties. Na 1970 legde hij zich meer toe op zijn werk als kunstschilder. Hij overleed in 2006.

J.H.Isings (1884-1977) heeft bijna zijn hele leven in Soest gewoond. Hij illustreerde vooral geschiedenisboeken en historische verhalen. De grootste bekendheid kreeg hij door zijn aquarellen voor de historische schoolplaten. Hij maakte intensieve studie van zijn onderwerpen en ging naar archieven en musea om de afbeeldingen zo historisch verantwoord mogelijk te maken. Isings’ zwart-wit illustraties zijn meestal pentekeningen. Hij heeft echte persoonlijkheden getekend: Ouwe Bram, Jaap Holm en Peerke van W.G. van de Hulst, de gezichten van de drie Vlaamse boeken van Jan Veltman. Hij illustreerde ook de kinderbijbels van Van de Hulst.
Isings werd geprezen om de grote zorgvuldigheid, waarmee hij te werk ging.


Rie Reinderhoff (1903-1991) komt uit een kunstenaarsfamilie uit Den Haag. Haar vader schilderde en moeder was violiste. Zij is autodidact en heeft veel schoolboekjes, kinderboeken, romans en sprookjes geïllustreerd. Zij koos voor de illustraties bij een verhaal zoveel mogelijk actiemomenten. Daarbij werkte zij nauwgezet, met aandacht voor de juistheid van details. Haar tekeningen zijn helder en duidelijk. Meestal ontwierp zij ook de band en het stofomslag voor de door haar te illustreren boeken. In de Callenbachverzameling vinden wij haar tekeningen terug in de Goud-Elsje delen, de Marlieske-serie, beide van Max de Lange-Praamsma en de Barendje-serie van Co van der Steen-Pijpers.

Jan Lutz (1888-1957) begon zijn loopbaan als reclametekenaar. Hij werd ook tekenaar van karikaturen: politieke prenten en sportprenten. Later maakte hij illustraties in jongensboeken, zoals die van K. Norel. Lutz tekende, zelf katholiek, voor alle gezindten. Tientallen zondagsschoolboekjes illustreerde hij. Lutz ontwikkelde in de loop der tijd een heel eigen stijl, vlotte tekeningen die herkenbaar zijn aan de karakteristieke jongensfiguren en de expressieve uitdrukkingen op hun gezichten. Hij wist zijn personages raak te typeren. Boosheid, plezier, humor, angst of valsheid is af te lezen aan de houding en de gezichten van zijn personen.

Corrie van der Baan (geb.1915) kreeg haar opleiding op de Haagse Tekenacademie. Zij is in de reclame werkzaam geweest. Als vrijwilligster werkte zij gedurende 35 jaar in het zondagsschoolonderwijs. Zij is vooral bekend door haar illustraties van zendingsboekjes, zoals Panokko en Dagoe van Anne de  Vries. Veel zondagsschoolboekjes van Callenbach en andere Christelijke uitgevers werden door haar geïllustreerd. Haar tekenstijl sloot aan bij de oudere generatie (Bottema cs.)

In het begin van de 20e eeuw was A. Rünckel (1876-1956) een veel gevraagd illustrator van kinderboeken. Hij maakte veel bandontwerpen in Jugendstil.
Tussen 1895 en 1915 illustreerde hij honderden boekjes voor uitgeverij Callenbach.
Op een bepaald moment besloot hij te stoppen met tekenen en ging in het zakenleven. In 1921 werd hij uitgever.
Andere veel voorkomende illustratoren uit de Callenbachuitgaven zijn O. Geerling, Tiny van Asselt,  Frans van Noorden, Sierk Schröder, Henk Poeder, E.J. Veenendaal, Geeske van Tienhoven, G.D. Hoogendoorn, Nans van Leeuwen, Hans Borrebach, Rein Stuurman en Anton Pieck.
Van sommigen van hen zijn gegevens te vinden op internet, bijvoorbeeld bij de webside www.achterderug.nl. Van anderen is vaak niets bekend.

Bij uitgeverij Callenbach werden de manuscripten niet bewaard, de illustraties echter wel. Het archief verhuisde mee naar Baarn en later naar Kampen. Uitgeverij Kok heeft in 2001 haar archief in bewaring gegeven in het Gemeentearchief van Kampen. Daar zijn dus de meeste Callenbach-illustraties te vinden.

Helaas zijn ze niet in Nijkerk terecht gekomen. Omdat de naam Callenbach altijd met Nijkerk verbonden zal blijven en wij in Museum Oud Nijkerk de uitgegeven boeken verzamelen is het jammer dat je voor de originele illustraties naar Kampen moet.

Naar deel 7: Klik hier.